Green Jellÿ – Three little pigs

Het verhaal van de drie biggetjes en de Grote Boze Wolf.
Maar dan nét even anders verteld. Begeleid door gierende gitaren rapte de band
Green Jellÿ in de zomer van 1993 over de verwikkelingen van de drie biggen en
hun grootste vijand.
Het eerste, wat suffige plattelandsbiggetje, dat naar
Hollywood verhuist om een ster te worden, maar door de wolf uit zijn strooien
huisje wordt geblazen. Het tweede biggetje, een wiet-rokende dromer die een
schuilplaats van vuilnis heeft gemaakt. Ook hij moet een ander onderkomen
zoeken als de wolf langs is geweest op diens big bad Harley.
En uiteindelijk het derde biggetje dat met zijn
architectenopleiding een huis heeft gebouwd waar de wolf zich op stuk blaast. Hoe
het afloopt? Ik verklap niks, maar het heeft iets te maken met een beroemde actieheld,
een machinegeweer en… met de wolf loopt het niet al te best af.
“Yo wolf face, I’m
your worst nightmare, your ass is mine!

Moraal van het verhaal: That bands with no talent can easily amuse idiots with a stupid puppet
show
. Mag ik u bedanken voor het kijken?

Scooter – Move your ass!

Hij kan er zo bij, in dat illustere rijtje met ‘I have a
dream
’ van Martin Luther King en ‘Ich bin ein Berliner’ van John F. Kennedy:
It’s nice to be important, but it’s more important to be nice’. Van H.P.
Baxxter, de witharige zanger van de Duitse rave-act Scooter, in de hit ‘Move
your ass’.
Schreeuwde hij in 1994 in hun eerste plaat ‘Hyper hyper’ de
3.32 minuten nog vooral vol met de groetjes aan iedereen in DJ-land, met ‘Move
your ass’ bracht de band een melodieuzer nummer uit dat door heel Europa in de
harten werd gesloten. Gedragen door die ene fenomenale oneliner bereikte de plaat in
Nederland zelfs de 4de plaats in de Top 40.
De band groeide uiteindelijk uit tot een van de meest
toonaangevende bands in happy hardcore-land. En waar andere happy hardcore-acts
tegenwoordig alleen nog op 90’s party’s acte de présence geven, brengt Scooter
nog steeds platen uit in hun eigen, kenmerkende stijl. Al scoren ze daar vooral
nog hits mee in het thuisland. Hun laatste hit in Nederland dateert inmiddels
al uit 2005. En die ken ík niet eens.

Carnaval: C’est Tout & De Kroeg – Het grote puntje puntje lied

Je kunt het je nu haast niet meer voorstellen: een
dweilorkest in de top 40. En nog hoog ook. Maar C’est Tout & De Kroeg uit
Knotsenburg (Nijmegen) lukte het. En niet één keer. Maar liefst vier keer
wisten ze de charts te bereiken! Hun doorbraak beleefden ze in 1993 met ‘Het
Grote Puntje Puntje Lied’. En dat hadden ze voornamelijk te danken aan
zuivelproducent Campina.
Het zal je maar overkomen… Staat er ineens een rare kwast
in je moeders linnenkast, of Dracula zit je oma achterna. Of je bent
duizend mijlen onder zee en dan zit daar een man op de WC… Het gebeurde
allemaal in de commercials van Yogho!
Yogho!
begin jaren ’90. Campina liet er een heus Yogho! Yogho! lied voor
schrijven. En met succes: Nederland was helemaal in de ban van deze
reclamespotjes. Linklink en link.
Het aanstekelijke deuntje inspireerde C’est Tout & De
Kroeg tot het schrijven van ‘Het Grote Puntje Puntje Lied’. Het nummer werd
in 1993 rond carnaval uitgebracht en bereikte de 12de plaats.
Later zouden ze nog drie keer succesvol zijn. In 1994
scoorden ze een wat bescheidener carnavalshit met ‘Tutti di nono’, hun versie
van ‘No Limit’ van 2unlimited. Ter ere van het WK van datzelfde jaar schreven
ze ‘Ole in de USA’ (geen clip beschikbaar), naar ‘Go West’ van de Pet Shop Boys. Hun grootste hit was
echter ‘De Tandenborstel Jive’ die in de herfst van 1995 zelfs de 5de plaats wist te
behalen. Dit dankzij het TV-programma ‘Uhhh… Vergeet je tandenborstel niet’.
Een show van Rolf Wouters waarbij het publiek kans maakte om diezelfde avond
nog op reis te gaan.

Mike Flowers Pops – Wonderwall

O! Wat had ik een hartgrondige hekel aan ‘Wonderwall’ van
Oasis. Het was al geen happy hardcore dus dát was al fout… Maar met dat
melodietje dat maar in je hoofd bleef zeuren en dan óók nog die enorme zeikstem
van Liam Gallagher vond ik het echt een marteling voor het oor!
Wat fleurde ik op toen ik de übervrolijke versie van
de Mike Flowers Pops hoorde. Het klonk als een nummer uit een ver, ver
verleden. Mijn stille hoop was dan ook dat de broertjes van Oasis het nummer
gejat hadden en dat hun versie daarom nóóit meer op de radio gespeeld zou mogen
worden.
Helaas… Niets bleek minder waar. Juist de versie van Mike
Flowers Pops bleek de cover te zijn en haalde niet eens de hitparades.
‘Wonderwall’ daarentegen werd de grootste hit van Oasis ooit. Elk jaar komt hij dan ook weer vrolijk voorbij in de hoogste regionen van de Top 2000. En ja… Nog steeds gaat de radio dan even uit.