B.B.E. – Seven days & One week

“Wat? Gaat het nummer nu gewoon door?! Wat is dát nou weer?
Grrr…!!!” En het gebeurde me niet één keer, maar ik tuinde er tot twee keer toe
in. Het was ook spannend. Want als je een liedje opnam van de radio wilde je er
natuurlijk zo min mogelijk ‘DJ’ op horen en dus sprintte je naar de radio zodra
het nummer afgelopen leek te zijn. Alleen was dit nummer niet afgelopen.
Nee, Seven days &
one week
van B.B.E. ging na die korte stilte gewoon verder. Een slimme, nog
niet eerder vertoonde producerstruc, vermoedelijk bedoeld om tóch weer even de
aandacht op het plaatje te vestigen. Een truc die jaren later nog een keer zou
worden hergebruikt door ene Douwe Bob op het Eurovisie Songfestival. Maar hij had iets minder succes: het leverde hem maar een elfde plaats op.
Maar het was ook een truc die wel eens tégen hen
werkte. Want de Henk Westbroeken en Frits Spitsen van deze wereld maakten
dankbaar gebruik van de stilte en kapten het plaatje vaak halverwege af. Ik
hoorde het daarom lang niet altijd helemaal. Toch is het me uiteindelijk wél
gelukt om hem volledig op cassette te krijgen.
Het Frans-Italiaanse dancetrio sprong met de release van de
plaat in 1996 handig in op de tijdsgeest. Dreamhouse stond flink in de
belangstelling en hun debuutsingle werd dan ook een flinke hit, met een derde
plaats in de Nederlandse Top 40 als hoogste notering. Maar ook de rest van
Europa kon hun iets stevigere variant van het genre wel waarderen. In vrijwel
alle hitlijsten behaalde het de Top 3. En ook de opvolger Flash haalde ruim de charts.
Seven days & one
week
bleef echter het beste overeind. Sterker nog, het groeide uit tot een heuse
tranceklassieker die nog steeds wel eens voorbij komt in livesets. Bijvoorbeeld
bij Armin van Buuren die er anderhalve week geleden in de studio van 538 nog het
Amsterdam Dance Event mee aftrapte.
De mannen achter B.B.E. hadden dan ook al wel de nodige
bagage toen ze dit plaatje uitbrachten. Een van de leden stond aan de wieg van Age of love van Age of Love en een
andere was de architect van Beachball
van Nalin & Kane. Eveneens twee plaatjes die in het clubcircuit ook nu in
2017 nog op applaus kunnen rekenen als ze voorbij komen.

Bloodhound Gang – The bad touch

Ze waren niet vies van een relletje op zijn tijd. Bloodhound
Gang mocht zelfs vijf jaar Rusland niet in omdat een van de bandleden de vlag
van dat land van voor naar achter door zijn broek had gehaald. Een goedmakertje,
want voor een Oekraïens publiek had hij een paar dagen eerder, nota bene in de
hoofdstad Kiev, over de vlag van de Oekraïne geürineerd. Toen ze hun tournee wilden
vervolgen in Rusland, werden ze onthaald met eieren en tomaten en kregen ze het
vriendelijke verzoek van de geheime dienst om het land te verlaten… en voorlopig
niet meer terug te komen.
Fijne jongens dus op het podium. En hun teksten waren ook behoorlijk controversieel, al haastten ze zich steeds om te zeggen dat het alleen maar satire was. Maar in het tolerante Nederland van de jaren ’90 viel het aanstootgevende, buitengewoon grove, maar stiekem toch ook bijzonder melige uiteraard wél in goede
aarde. Zélfs bij de toenmalige radiobonzen, die hun debuutplaat Firewater burn tot Alarmschijf bombardeerden.
Die plaat zou uiteindelijk ook hun grootste hit worden, met
een vierde plaats in de Nederlandse Top 40. De opvolger Why’s everybody always pickin’ on me strandde in de Tipparade en
het verhaal van de Bloodhound Gang leek dan ook tot een snel einde te komen.
Maar twee jaar later sloegen ze terug, met een nieuw album met de typerende titel Hooray for Boobies.
Met als eerste plaat The
bad touch
kon de Bloodhound Gang opnieuw succes bijschrijven. Het werd een
flinke klapper met een nummer één-notering in maar liefst zeven Europese
landen. Succes dat het met name te danken had aan de bijbehorende video. Wie
herinnert zich níet de vijf mannen in apenpakken die Parijs onveilig maakten?
En het kreeg nog eens een extra boost door de controverse die rond de clip ontstond. Het doggystyle-standje in het begin, het ronduit ranzige einde, maar
vooral de scène waarin twee bandleden een Frans homostel met een baguette
knock-out slaan zorgden voor gefronste wenkbrauwen. Uiteindelijk knipten ze voor
MTV de gewraakte beelden eruit.
De verkoopcijfers bleven echter sky high. Het album ging maar
liefst 5 miljoen keer over de toonbank. Na dit succes verdween de band wederom
naar de achtergrond. Maar opnieuw kwamen ze terug. Nog één keer. Al moesten we dáár
vijf jaar op wachten. Ze scoorden in 2005 en 2006 namelijk nog twee hitjes,
waarvan Uhn tiss uhn tiss uhn tiss de
bekendste is. Maar toen was de wereld wél echt klaar met de meligheid van de
Bloodhound Gang.

Johan & De Groothandel – As Dick me hullep nodig hep

Vorige week viel dan definitief het doek. Het Nederlands mannenelftal
won weliswaar de wedstrijd tegen Zweden maar de uitslag was niet voldoende om play-offs
voor het WK af te dwingen. En daar zat ik dan met deze plaat… Speciaal bewaard
voor het WK 2018. Het wás zo leuk: dezelfde coach, weer een wereldkampioenschap voetbal, en oké, Het Orakel leefde dan wel niet meer… maar
toch…
Al was toen de voorganger van Dick Advocaat wel een íets
grotere legende dan trainer Danny Blind, die hij dit jaar opvolgde. Onze olijke
Hagenaar mocht destijds namelijk het stokje overnemen van niemand minder dan
Rinus Michels. De coach bij wie hij de jaren ervoor als assistent-trainer had
gediend. Een noodgreep, want eerder was Johan Cruijff benaderd, maar die had uiteindelijk bedankt voor de eer.
Dick Advocaat was dus tweede keuze. Een situatie die
aanleiding gaf tot de single As dick me
hullep nodig hep
. Een liedje waarin de inmiddels overleden voetbalgrootheid
de Kleine Generaal van allerhande adviezen voorzag.
En dat was nodig, want hij
had het al aardig voor zijn kiezen gehad. Saillant genoeg was het huidig assistent Ruud Gullit die
vlak voor de kampioenschappen met veel bombarie afscheid nam, onder meer omdat
hij weinig vertrouwen had in de ‘zelfmoordtactiek’ van de bondscoach. Een
tactiek die Oranje, anno 2017, misschien wél had geholpen in de wedstrijd tegen
Zweden.
Maar op het WK in 1994 ging het ook niet al te best. Een
stroeve overwinning op het nietige Saoedi-Arabië, verlies tegen België en
wederom krappe winst op Marokko. Het was te danken aan het onverwachte verlies
van België tegen de Saoedi’s dat Nederland alsnog als groepshoofd doorging. Ze
zouden uiteindelijk in de kwartfinale sneuvelen.
Johan & De Groothandel haalde het ereschavot wél.
Sterker nog: ze wisten zelfs het hoogste treetje te bereiken. De
gelegenheidsformatie van Ferry de Groot, onder andere bekend van de Dik
Voormekaar Show, en Chris Latul, voerde twee weken de Nederlandse Top 40 aan.

Voor de mannen van Oranje in ieder geval géén prijzen komend jaar.
Maar ik ga niet nog vier jaar wachten met dit plaatje… Al is de kans natuurlijk groot dat Dick Advocaat dan wel weer bondscoach is.

Eminem feat. Dr. Dre – Guilty conscience

Het was een enorme sensatie eind jaren ’90. Geruchten gingen
dat er een nieuwe rapper uit de Verenigde Staten was opgestaan. En dát was niet
zo verrassend… Maar deze was blank! Natuurlijk, ik kende mijn klassiekers, en
was Vanilla Ice en Snow zeker niet vergeten, maar om nou te zeggen dat die héél
serieus werden genomen door de rap-scene,
nee.
Eminem werd dat echter al direct vanaf het begin. Niet heel
gek, want hij was afkomstig uit de stal van raplegende Dr. Dre en dan wist je al dat dit geen koekenbakker was. En dat bleek ook wel. Het was verfrissend,
vernieuwend. Geen boze, politiek geladen teksten, maar een rapper met een iets te groot ego die zich even voorstelde. Niet vies van een beetje provoceren maar
zichzelf toch ook weer niet ál te serieus nemend.
Heerlijk! Maar het haalde níet mijn platenkast,
ondanks dat ik mij na de aanschaf van Bailamos
van Enrique Iglesias inmiddels alles kon permitteren. Dat gebeurde echter
alsnog bij de tweede productie van de meester en zijn leerling. Een plaat
waarmee Eminem bewees dat hij méér was dan die grappige, witte rapper.
Het ritme was lekker, het verhaal krachtig, de raps goed en
de afwisseling tussen de donkere stem van Dr. Dre en het felle van Eminem maakte het ontzettend
sterk. Maar in de Verenigde Staten deed het de nodige stof opwaaien.
Want… was dit niet het aanzetten tot verkrachting van een minderjarige? Of nóg erger: tot moord, met die twee gunshots aan het einde? Maar de critici die dat riepen, gingen volledig voorbij aan de boodschap.
De heren deerde het ook niet. Het plaatje verkocht uitstekend in hun thuisland.
Guilty conscience bereikte er de
nummer één-positie in de plaatselijke R&B-charts. In Nederland bleef het succes, ondanks
mijn aanschaf, iets achter. Het wist ook niet de prestaties van haar voorganger te
evenaren. Een 21ste plaats in de Top 40 bleek het hoogst haalbare.

Maar ik kan in ieder geval zeggen dat ik eraan heb bijgedragen: de start van die immense carrière van Eminem, die na twee nummer één-hits en nog een hele reeks aan
top 10-noteringen, inmiddels met vijf nummers in de Top 2000 staat.

The Bucketheads – The bomb

Hoe kón hij? Na al die heerlijke houseplaatjes die we
uitgewisseld hadden? Na al die uren die we op onze kamers hadden doorgebracht
om elkaars, vers van de radio opgenomen, ontdekkingen af te luisteren? Al jaren
vertrouwde ik hem blind in zijn muzieksmaak en nu kwam hij híer mee aan?!
Ik vond het verschrikkelijk. Het léék niet eens op house,
het klonk meer als die oude troep die je nog wel eens op de radio hoorde. Van
die muziek met van die afro pruiken, glitterpakken, hoge schoenen en wijde
pijpen. Hallo! Het was 1995!

Ik kon maar niet begrijpen dat mijn beste vriend er drie
minuten van zijn cassettebandje aan had verspild. Zat ík er dan naast? Had dit
echt hitpotentie? Die vraag werd een aantal weken later beantwoord. The bomb van The Bucketheads kwam binnen
in de Nederlandse Top 40 en steeg de week erna tot mijn verbazing met superstip
naar plaats 23. Het nummer zou uiteindelijk de 12de plek behalen.
Het antwoord was dus ‘ja’. Best wel. En niet alleen in
Nederland. In meerdere Europese landen werd het een hit. In Engeland bereikte
het zelfs de top 5 en in zijn thuisland de Verenigde Staten stond het een paar
weken bovenaan in de Billboard Dance Charts.
De man die achter The Bucketheads zat was dan ook allesbehalve
een prutser. Kenny ‘Dope’ Gonzalez was de helft van het illustere house-duo
Masters at Work. Met zijn collega Little Louie Vega had hij onder die naam al
grote successen geboekt in de Verenigde Staten en maakten ze remixen van tracks
van onder andere Michael Jackson, Janet Jackson en Madonna.
Het was in 1995 zijn antwoord op de commerciële eurodance
van die tijd. Hij miste de ‘soul’ en besloot een album op te nemen, waarin hij
oude klassiekers mixte met moderne dance. The
bomb
was de eerste single van dat album.

De prominent aanwezige sample, afkomstig van Chicago’s Street player, zou bijna 15 jaar later
opnieuw in de charts te horen zijn toen Pitbull het gebruikte in zijn single I know u want me (calle ocho). Alleen
had hij er íets meer succes mee. In 2009 stond hij maar liefst vijf weken
bovenaan in de Top 40 en werd daarmee dé zomerhit van dat jaar.