Deep Forest – Sweet lullaby / Mauro Picotto – Komodo

Het begon allemaal zo zachtmoedig. In een Congolees oerwoud
werd een opname gemaakt van het traditionele gezang van een plaatselijke
pygmeeënstam. Via via kwam deze opname terecht bij twee Franse producers. Na
het beluisteren ervan kwamen zij op het idee om deze Afrikaanse klanken te
mixen met moderne, elektronische muziek. Het project ‘Deep Forest’ was geboren.
In 1992 kwam het eerste album uit. De vernieuwende,
lounge-achtige muziek viel in goede aarde: ze werden genomineerd voor een
Grammy Award en verkochten wereldwijd maar liefst 3 miljoen exemplaren van de
plaat. En dat was ook goed nieuws voor de pygmeeën in Congo, waar het allemaal
mee begonnen was. Een deel van de opbrengst ging namelijk naar een fonds dat
hen onder meer hielp bij het opzetten van adequate gezondheidszorg.
Het album leverde ook nog een succesvolle single op. Sweet lullaby werd in veel landen een
hit. In Engeland bereikten ze de top 10 en in de Nederlandse Top 40 schopten ze
het zelfs tot plaats 8. Het nummer was een bewerking van een slaapliedje dat oorspronkelijk
afkomstig was van de Solomon Eilanden.
Het idee van een slaapliedje werd echter compléét overboord gegooid toen
Mauro Picotto er in 2001 mee aan de haal ging. Een paar jaar daarvoor had de
Italiaanse producer definitief zijn naam gevestigd toen hij voor het illustere
Gatecrasher het anthem voor 1998 mocht maken, Lizard.
De trance-DJ onderscheidde zich bij het draaien door zijn
hardere stijl en vormde daarmee vaak het hoogtepunt van festivals als Trance
Energy. In zijn eigen werk trok hij die lijn door en dat leverde hem niet
alleen succes op de dansvloer, maar ook in de hitparades op.
Met name in Engeland. Na zijn Gatecrasher-anthem slaagde hij
er daar in om alles dat hij uitbracht in de charts te krijgen. In Nederland moesten
wij echter nog drie jaar wachten tot hij commercieel zou doorbreken met Komodo (Save a soul). Een hit die zijn
succes dankte aan die ene sample…

Mr. Oizo – Flat beat

Daar stonden we, voor de kraam op de kermis in Zierikzee.
Het was 1999 en het was ons ook dit jaar weer gelukt de half vergane vouwwagen op te zetten op camping Duin & Strand in Renesse.
En omdat je toch ook een beetje cultuur wilt snuiven tijdens je vakantie waren we vandaag
afgereisd naar deze Zeeuwse metropool.
De opdracht was simpel: drie pijlen, één roos en de inzet
was een manshoge knuffel van dé held van dat moment: Flat Eric. De gele pop uit
de Levi’s-reclame. Hij kwam uit dezelfde stal als The Muppets en was in eerste
instantie bedoeld voor een commercial waarin zijn hoofd geplet zou worden door
een auto. Het idee haalde het niet maar de naam bleef behouden toen de uiteindelijke
commercials voor het spijkerbroekenmerk werden opgenomen.
Het zou het begin betekenen van een geweldige carrière, waarbij
hij in verschillende bladen zou staan, waaronder de Cosmopolitan. Vanaf 2001
was hij daarnaast zo’n beetje elke aflevering te zien in de succesvolle BBC-comedy ‘The Office’ en kreeg
hij zelfs een eigen programma in Portugal.
In 1999 stond hij hoog in de Nederlandse Top 40 met het
nummer Flat beat, geproduceerd door
Mr. Oizo. Een Franse producent van elektronische muziek die het nummer in twee
uurtjes op band had staan maar er wel in heel Europa een hit mee had. Een hit,
die nog steeds wordt gezien als een van de allereerste electro house-platen.
En wij konden deze Flat Eric gewoon winnen! En dat lukte ook
nog! Niet alleen bij mij. Ook een van mijn vrienden slaagde erin om in de roos
te gooien. Met enige verbazing reikte de marktkoopman ons de prijzen uit. En
wij gingen glimmend van trots, met de knuffels op onze nek, met de bus terug naar
de camping.
Daar borg ik Eric veilig op in mijn slaapcabine.
Je wist het tenslotte maar nooit. Als hij te veel in het zicht lag, hoefde er
maar één jaloerse buurman te zijn, of een dronken vriend die wel eens wilde
weten of het beestje ook in de zee kon zwemmen, en je zou hem nooit meer terugvinden.
Maar de knuffel overleefde de vakantie wonderwel en staat nu nog steeds, bijna
20 jaar later, bij mij op de zolder.

The Cranberries – Zombie

Het móest gisteravond gebeuren. Er lag niets meer op de
plank en de dinsdagavond naderde rap. Maar welke 90’s-knaller zou het deze week
worden? Ik had werkelijk nog geen idee. En toen besloot men Boven kennelijk dat
het nodig was om mij dan maar een handje te helpen. Het nieuws van het
plotselinge overlijden van Dolores O’Riordan, de zangeres van The Cranberries, kwam binnen.
Oef… Díe had ik niet zien aankomen. Want hoewel ons in de
laatste jaren veel grootheden uit de muziekwereld zijn ontvallen, zaten er daar
maar weinig bij uit ‘mijn tijd’. Logisch… de meesten zijn nog achterin de
veertig, begin vijftig. Een leeftijd waarop je doorgaans nog wel wat jaartjes
tegoed hebt.
Dolores O’Riordan gaat die jaartjes helaas
niet meer meemaken. De maakster van een van de meest iconische nummers uit de nineties
blies gisteren haar laatste adem uit en liet met Zombie een evergreen achter die zelfs mijn vader kent. En dit keer
eens níet dankzij mij.
Er was dan ook geen ontkomen aan in de winter van 1994-1995.
Het plaatje werd grijsgedraaid maar moest uiteindelijk genoegen nemen met de
tweede plaats in de Nederlandse Top 40. Het legde het af tegen de Hermes House Band. Maar waar je de studenten van het Rotterdamsch Studenten Corps niet meer
terugvindt in de jaarlijsten, zijn The Cranberries steevast goed vertegenwoordigd.
En dat is toch voornamelijk te danken aan het typische stemgeluid van O’Riordan. Zij bracht de muziek van de band naar een hoger plan. En als je bekendste hit wordt gesampled door een van de grootste rappers van de laatste tijd en er zelfs een zeer populaire hardstyle-versie van is, kun je in ieder geval zeggen dat jouw muziek is blijven hangen.
Het zal de conclusie van de muzikale critici van destijds
staven dat écht goede muziek toch wel overeind blijft. Want de opvolger Ode to my family kon qua notering dan
weer niet opboksen tegen het toenmalige eurodance-, rave- en het allereerste
happy hardcore-geweld dat de Top 40 overspoelde. Toch vinden we de band maar
liefst drie keer terug in de Top 2000. Oók met het prachtige Linger. Een liedje dat hier zelfs nooit
een hit werd.

The Braids – Bohemian rhapsody

Nog geen anderhalve week geleden werd met de laatste noten
van Queen’s Bohemian rhapsody het
einde van 2017 ingeluid. Net als vorig jaar, en veel van de jaren daarvóór. Een
nummer dus, dat door heel veel mensen wordt gezien als het beste liedje ooit
gemaakt.
Is het dan wel verstandig om je als beginnend bandje aan
zo’n heiligdom te wagen? The Braids vonden in 1996 van wel. Zij maakten een
R&B-bewerking van het iconische nummer. En hoewel het plaatje ons land
nagenoeg op hetzelfde moment bereikte als de eerste singles van het eurodance-project
Queen Dance Traxxx, waar kanonnen als
Captain Jack en Dune hún visie op het werk van Queen lieten horen, had het
helemaal niets met elkaar te maken.
The Braids startten hun project ook aan de andere kant van de
plas, in San Francisco. En ondanks dat het bij velen waarschijnlijk gelijk
stond aan heiligschennis, deed het nummer het heel behoorlijk in de charts. Daar,
in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland waar het een keurige 18de plaats
wist te bereiken.
Het idee kwam destijds uit de koker van producer Stephan
Jenkins. Hij zou niet veel later in de Angelsaksische landen zelf furore maken
met de rockformatie Third Eye Blind. Een band die hier verder niet veel deed
maar in Amerika zoveel succes had dat The Braids uiteindelijk het kind van de
rekening werden.
Want omdat Jenkins op tour ging, werd het debuutalbum van
The Braids met twee jaar uitgesteld. Tussen hun eerste hit en de release van
hun debuutalbum kwam daardoor veel te veel tijd te zitten. En omdat de singles
die ze toen uitbrachten niet eens in de buurt van de hitparades kwamen, bleef hun
succes uiteindelijk beperkt tot die ene hit: Bohemian rhapsody.

The Prodigy – Out of space

Het was een ijkpunt in mijn muzikale, maar vooral ook in
mijn persoonlijke ontwikkeling: de eerste single die níet de zegen van mijn ouders kreeg. Want na Verdammt ich lieb dich van Matthias Reim, een Italiaans-/Engelse single van Marco Borsato
en Dolce Barbara van Eros Ramazzotti
kwam ik opeens thuis met een CD-single van The Prodigy.
En waar die eerste aankopen ten minste nog op een goedkeurend
knikje konden rekenen, was het na The Prodigy gebeurd met de harmonie in huis. Out of space was een nummer waarop je
heerlijk uit je dak kon gaan. Dus hoe harder ik hem draaide, hoe beter hij dan
ook klonk. En terwijl de breakbeats uit mijn stereosetje klonken, zullen mijn
ouders zich ongetwijfeld hoofdschuddend hebben afgevraagd waar het was
misgegaan.
In een ander opzicht was het ook een ijkpunt. Het was
namelijk mijn eerste plaatje dat niet op vinyl stond. Dus hoefde ik niet langer
elke keer nadat het nummer afgelopen was, naar de platenspeler te lopen om hem
opnieuw af te spelen. Eén keer de ‘repeat’-knop indrukken en ik kon urenlang
genieten van die ene, fijne plaat. En mijn ouders dus ook.
Voor The Prodigy was het overigens eveneens een ijkpunt. De
single betekende namelijk de doorbraak voor de Britse band in de Lage Landen.
Al moesten we even wachten tot het succes een vervolg kreeg. Want terwijl Out of space het schopte tot de vijfde plaats
in de Nederlandse Top 40 kwam de opvolger Wind it up (rewound) niet verder dan de Tipparade.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen: ik vond er óók maar weinig
aan. Het moest een moderne remix zijn van een van hun eerdere plaatjes, maar
het klonk nog veel te veel als house uit een ver verleden. Een jaar later kreeg
ik ze echter alsnog in het vizier toen zij hoge ogen gooiden met het iconische
nummer No good (start the dance). Een
geweldige plaat van een geweldig album. En de rest is geschiedenis…