Want dat was hét. Levi’s. En niet zomaar een Levi’s, maar de Levi’s 501. Ja, het marketingapparaat van de jeansfirma deed het midden jaren ’90 prima. Elke zichzelf respecterende jongere wilde dat model hebben. Maar helaas, voor mij zat het er niet in. Met mijn krantenwijkje kon ik geen 100 gulden missen en vermogende ouders had ik ook al niet.
Gelukkig had ik een goed excuus. Want ik kon me natuurlijk niet vertonen in broeken die aan de man werden gebracht met gitaarmuziek. Verschillende, doorgaans onbekende, rockbands braken namelijk in de jaren ’90 door dánkzij een commercial voor Levi’s. Een van die bands was Stiltskin.
Stiltskin was al geformeerd in 1989 maar was lang op zoek geweest naar die ene geschikte zanger. Zelfs een auditie met 40 deelnemers had niet de stem gebracht die ze zochten. Totdat de band een lifter oppikte die later die avond moest optreden. De band bezag het optreden en bood de man direct een contract aan.
Samen schreven ze Inside speciaal voor Levi’s. In de bijbehorende commercial zien we een Amish-familie die gaat picknicken. Het nummer begint dan ook heerlijk stichtelijk met een kerkkoortje. Als de twee dochters uit het gezin echter op verkenning gaan in de omgeving en daarbij op een badende adonis stuiten, barst het gitaargeweld los.
Het nummer topte de charts in Engeland en werd daar zelfs de snelst verkopende single sinds Can’t buy me love van The Beatles. In Nederland scoorde Stiltskin met Inside een dikke top 10-hit. De band wist echter geen opvolging te geven aan die ene hit en viel in 1996 alweer uit elkaar. Alleen van de zanger hoorden we nog wat. Hij werd een jaartje frontman van Genesis.
