Aanstaande donderdag ga ik een stukje hiphop-historie zien. Dan sta ik namelijk in Luxor Live bij The Sugarhill Gang. Het Amerikaanse drietal schreef muziekgeschiedenis door in 1979 als eerste rap-act ooit de charts te halen. In Amerika en in Engeland gooiden ze hoge ogen. En in Nederland bereikten ze zelfs de hoogste positie in de Top 40.
Overigens waren ze in de Verenigde Staten niet de állereersten. Die eer komt te beurt aan de Fatback Band met hun King Tim III (Personality jock). Maar The Sugarhill Gang wist met hun muziek wél een veel groter publiek te bereiken.
Een toevalstreffer. Blondie had Nile Rodgers uitgenodigd om op te treden op een hiphop event en toen die daar Good times van Chic inzette, klommen de heren van de Sugarhill Gang het podium op en begonnen op het nummer te freestylen. Korte tijd later hoorde Rodgers opnieuw de beroemde bassline van zijn plaat terug toen hij op bezoek was in een club. Het bleek een vroege versie van wat uiteindelijk Rappers delight zou worden.
De single een wereldwijd succes. Alleen aan de opvolging schortte het vervolgens. De resultaten van Apache (Jump on it) in de hitlijsten bleven vér achter bij hun doorbraaksingle. In Nederland stonden ze nog wel in de Top 40. Maar met één week op plek 33 was het amper een hit te noemen.
En toen was het 2009. Luchtige dance met veel vocalen domineerde de hitlijsten. Maar opeens hoorde ik de mannen van The Sugarhill Gang weer. Mee rappend op een aanstekelijk deuntje en een refrein dat daarná niet meer van je trommelvlies te branden was.
Aanstichter van dit alles was Bob Sinclar. De Fransman wilde in al het hiphop-geweld dat artiesten als Kanye West over ons heen stortten de jeugd van toen kennis laten maken met waar het genre nou éigenlijk vandaan kwam. Het resultaat was Lala song. De zomerse single schopte het tot plek 5 in ons land en leverde de heren na 30 jaar dan éindelijk een waardige opvolger op.
