Toen hij na zijn avontuur in de Beste Singer-Songwriter van Nederland zijn eerste single uitbracht, schaarde ik hem niet direct onder mijn lijstje met favorieten. Hij was dan misschien wel origineel met zijn bijzondere rijmelarij en aparte ritmes. Ik vond het echter vooral irritant.
En dat verbeterde niet. Sexy als ik dans kan ik nog steeds maar moeilijk horen. Verschrikkelijk vind ik het! Een optreden tijdens onze plaatselijke carnavalsfestiviteiten hielp ook niet mee. Meneer deed met duidelijke tegenzin zijn ding en was na vijf nummers pleite. Geen interactie met het publiek, geen toegift, niks. En toen hij zijn songlist had laten slingeren en ik constateerde dat daar niet vijf, maar zes nummers op stonden en hij dus blijkbaar óók nog voortijdig het podium af was gevlucht, had hij het bij mij verbruid. Totdat hij meedeed aan De Beste Zangers van Nederland. Toen kwam ik erachter wat een prachtige liedjes hij óók had geschreven.
Achteraf bezien was een optreden voor 1.500 bierdrinkende mensen misschien niet helemáál de meest geschikte plaats voor hem om op te treden en was ik zelf ook niet in de beste staat om hem te beoordelen.
Er is echter wel een nummer dat ik áltijd leuk heb gevonden: Hoogste versnelling. Ik vond het zelfs zo leuk dat ik nog precies weet op welke plek en op welk tijdstip ik het liedje voor het eerst hoorde. Dat heerlijke tempo, de energie van het nummer, de toonwisselingen die precies op het juiste moment komen. Echt een nummer waarvan ik mij ook kan voorstellen dat je er als Olympische sporter een boost van krijgt.
Het liedje, dat hij ook speciaal schreef voor de Nederlandse equipe die in 2016 afreisde naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, kwam echter niet verder dan de Tipparade. Blijkbaar waren de Nederlandse sporters ook de enigen die het nummer kochten.
Dit blog is eerder verschenen op Ondergewaardeerde Liedjes
