De Platenkast van mijn Vader: Bojoura

Bojoura

Als opmaat naar, alweer, de tweede popquiz van de 60 en 70’er jaren, neem ik wederom een duik in mijn platenkast. Deze keer beland ik in de Haagse popscene van begin jaren zestig. Met maar liefst 2000 verschillende bandjes was deze toonaangevend in Nederland. Ik beperk me tot bandjes en artiesten die toen de middelmaat ontstegen, om daarna min of meer terug te keren naar de anonimiteit. Deze week: Bojoura.

Bojoura werd in 1967 ontdekt door George Kooymans, die samen met Golden Earrings-zanger Frans Krassenburg zangles kreeg van Bojoura’s moeder. Het belangrijkste doel was de stembanden soepel te houden tijdens de slopende tournees. In die periode studeerde Bojoura aan de kleinkunstacademie met de ambitie om later actrice te worden.

Toen ze zich liet ontvallen zelf ook te zingen en wel in de stijl van de toen zeer populaire Marianne Faithfull, wekte dat de belangstelling van George Kooymans. Samen met Rinus Gerritsen schreef hij het nummer Everybody’s day dat tot plaats 18 reikte in de Nederlandse Top 40.

Omdat haar stem veel op die van Marianne Faithfull leek, werd ze ook wel ‘Marianne Trouwvol’ genoemd. Na een periode van betrekkelijke stilte bereikte haar uitvoering van Frank Mills, uit de musical Hair, plaats 6 in de Veronica Top 40 van 1969.

In de jaren zeventig nam ze nog een paar singles op, maar die verdwenen in het niets. In de jaren die volgden wijdde Bojoura zich, naast haar gezin, aan verschillende universitaire studies en verdween langzaam uit zicht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *