De Platenkast van mijn Vader: Livin’ Blues

Livin' Blues - Wang dang doodle

Als opmaat naar, alweer, de tweede popquiz van de 60 en 70’er jaren, neem ik wederom een duik in mijn platenkast. Deze keer beland ik in de Haagse popscene van begin jaren zestig. Met maar liefst 2000 verschillende bandjes was deze toonaangevend in Nederland. Ik beperk me tot bandjes en artiesten die toen de middelmaat ontstegen, om daarna min of meer terug te keren naar de anonimiteit. Deze week: Livin’ Blues.

Livin’ Blues was in de jaren ’60 en ’70 een van de bekendste Nederlandse bluesbands.
De naam verwijst naar theatergroep Living Theater in New York. De moeder van oprichter Ted Oberg maakte daar furore als showdanseres. Moeder Oberg werd daarmee meteen de eerste vrouwelijke manager van een popband.

Overigens was de apostrof nodig om een rechtszaak te voorkomen. In de Verenigde Staten bestond namelijk al een blad dat Living Blues heette. In 1968 stond de band in het voorprogramma van Fleetwood Mac in Club 192 te Den Haag. Twee jaar later was Livin’ Blues een van de acts op de allereerste Pinkpop in Geleen. De grote doorbraak kwam met de hit Wang dang doodle in 1970.

Maar ook hier eisten het succes en de consumptie van veel whisky hun tol. Er ontstonden twee kampen in de groep die niet in dezelfde kleedkamer wilden. In 1974 stopte Livin’ Blues, met een afscheidsconcert in de Marathon in Den Haag. Er was echter nog een verplichting bij de platenmaatschappij voor een LP. Met nieuwe zanger John Frederiksz begon de groep aan een tweede leven en werd de band razend populair in, vooral, de Oostbloklanden, mede dankzij de LP’s Live ’75 en Blue Breese.

In 1979 viel ook deze groep uit elkaar. Moeder Oberg stopte als manager, maar liet de leden nog één keer profiteren van haar zakelijk inzicht door de muziekrechten van de twee succes-LP’s voor maar 2.000 gulden terug te kopen van platenmaatschappij Ariola.

Ted Oberg bleef met diverse muzikanten doorrommelen tot 1980, totdat hij besloot een aantal oudgedienden terug te halen. Daaruit volgde een optreden op de Haagsche Beatnach. Livin’ Blues werd daarmee een van de weinige nog bestaande bands uit de jaren ’60. Oberg stopte in 1986, na bijna twintig jaar Livin’ Blues. Daarna werden door oud-bandleden nog enkele pogingen gedaan, die tot op heden voortduren.

We sluiten af met het nummer One night blues, met een mooie gitaarsolo in het midden, van de LP Hell’s Session uit 1969.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *