De platenkast van mijn vader – John Sebastian – Younger generation

Ik ben muziekliefhebber. Ik ben dus niet zo van teksten. Een
mooie melodie, eventueel een snerpende gitaarsolo en ik ben “in the
mood”. Ik moet dan ook bekennen dat onze kinderen de muziek uit de jaren
60 en 70, die ik ze door de strot duwde, moeiteloos en foutloos meezingen,
terwijl ik een beetje mee neurie, in mijn, in de puberjaren aangemeten,
steenkolenengels.
Echter, er zijn uitzonderingen. Sommige teksten werken wel
degelijk op mijn gevoel! Daartoe dalen we af naar het jaar 1969. We bevinden ons in middenin
de hippiecultuur, met als hoogtepunt het Woodstock festival in augustus. John
Sebastian, bezig aan een solocarrière na zijn vertrek uit de Lovin’ Spoonful,
vertolkte daar het nummer “Younger Generation” en droeg het nummer op
aan een op het festivalterrein geboren baby. En ik draag het op aan de jonge
(aspirant) vaders én moeders onder ons.
Waar leven is, is dood. En dat je daar niet moeilijk over
hoeft te doen bewijst de groep “Blood, Sweat & Tears”. Ook zij waren aanwezig
op Woodstock. Maar wij doen het met de single. “And When I Die” is
niet alleen een ode aan de dood, maar ook aan het leven! En
zo is de cirkel weer rond, voor wie er aan mocht twijfelen.
And when I die, and when I’m dead
Dead and gone
There’ll be
One child born, in our world
To carry on, to carry
on

Shai – If I ever fall in love

Verreweg een van de mooiste verhalen uit de jaren ’90 is het
verhaal van Shai. Een groepje jongens uit de Verenigde Staten wil graag
doorbreken als R&B-band. Het wil echter maar niet vlotten met het succes en
hun geld raakt op.
Ze besluiten om hun laatste spaarcentjes bij elkaar te schrapen
en nog één keer een poging te wagen. In wanhoop melden ze zich bij Gasoline
Alley Records. Die toont zich bereid om de jongens te helpen. Er is echter niet
voldoende geld meer voor muzikale begeleiding en dus moeten ze ‘If I ever fall
in love’ volledig a capella opnemen.
Het wordt toch op single uitgebracht en het bijzondere
nummer slaat verrassend genoeg aan! Eerst in hun thuisland, waar het nét niet
de hoogste positie bereikt. Acht weken lang staan zij op plaats twee en moeten
zij alleen de evergreen ‘I will always love you’ van Whitney Houston voor zich
dulden. Daarna zakken ze weer weg.
Maar opeens is er wél geld om een muzikaal arrangement aan
het nummer toe te voegen. En als het wordt uitgebracht buiten de Verenigde
Staten bestaat de CD-single uit maar liefst vier nummers, waarvan drie muzikaal
ondersteunde versies. Maar ook in Europa en Australië valt men als een blok
voor de a capella versie. In Nederland bereikt het liedje de 11de plaats.

Shai weet het enorme succes niet meer te
herhalen. De nummers die de band daarna uitbrengt, komen niet verder dan de
Amerikaanse landsgrenzen. Wel wordt ‘If I ever fall in love’ nog een keer
bewerkt en uitgebracht als duet tussen boyband East 17 en zangeres Gabrielle.
In Nederland weet het nét de nationale hitparade te bereiken maar na twee weken
verdwijnt de cover alweer van het toneel.

Talk of the Town – Singin’ in the rain

Grote kans dat ik de enige op de hele wereld ben die dit
singletje nog in zijn bezit heeft. Het nummer werd amper gedraaid op de radio
en heeft nooit de Top 40 gehaald. Volkomen onbegrijpelijk natuurlijk, want ‘Singin’
in the rain’ was met afstand het beste nummer van het duo Talk of the Town.
Niet voor niets spendeerde ik er mijn zuurverdiende krantenloopgeld aan.
Maar nee, kennelijk had ‘muziekminnend’ Nederland meer op
met de voorganger: The la-la song. Want in tegenstelling tot ‘Singin’ in the
rain’ werd dat wél een grote hit in Nederland. Eerlijk is eerlijk: er zat ook
een gróót schrijver achter. Jazeker, het nummer had een schrijver! John Spencer,
ofte wel Henk van Broekhoven. Zijn belangrijkste bijdrage aan de nationale
hitgeschiedenis tot dan toe: het poëtische hoogstandje Lana (O Lana, wat heb
je gedana). En tja, dan is het natuurlijk nog maar een kleine stap naar Lala.
Eén ding weten we zeker. Aan de videoclip lag het in ieder
geval niet. Die hadden ze namelijk niet! Ondanks dat wist ‘The la-la song’ uiteindelijk
de top 10 te bereiken. Geen gekke prestatie voor de twee resident dj’s van discotheek ‘Talk of the town’ in Tilburg.
Met de opvolger ‘Singin’ in the rain’ gooiden ze het over
een hele andere boeg. In plaats van een volgende carnavaleske meelaller kozen
zij ervoor om aan te sluiten bij een muziekstijl die wél eeuwigheidswaarde had:
happy hardcore. Ze doken de platenhistorie in om te kijken welke klassieker zíj
eens een make-over konden geven en duikelden de soundtrack van de filmklassieker
op. De keuze viel op de titelsong… Maar ja, opnieuw zonder videoclip… En dat is
toch op zijn minst een beetje karig te noemen als je kiest voor een liedje uit
de – volgens de kenners – beste film ooit. Of het daar dan ook aan lag dat
hitsucces uitbleef…
Het duo probeerde het daarna nog één keer. En daarbij vielen
ze terug op hun oude recept. Het resultaat: The kwek kwek song – niet met la
maar met kwek – maar verder dan de skihutten in Oostenrijk kwam dat niet.

De platenkast van mijn vader – Dire Straits & Eric Clapton – Sultans of swing (live)

…We gaan de trap verder omhoog, op naar 1978. Het jaar waarin de groep de Dire Straits definitief doorbrak met Sultans of Swing, mede dankzij het fenomenale gitaarspel van Mark Knopfler. Kijk, daar ligt ie!

Ja, klik maar! Tot je een ons weegt… Klim ik alvast naar het jaar 1988. Om precies te zijn 11 juni 1988. Plaats van handeling het Wembley Stadion, waar het “Birthday Tribute”concert losbarst ter ere van de 70ste verjaardag van Nelson Mandela, toen nog, in gevangenschap.
Naast allerlei grootheden in de popmuziek was er een optreden van de Dire Straits samen met Eric Clapton. En een van de nummers die ze speelden was… Nee, ik verklap niks.
Nou, klikken we nog…?

Postmen m.m.v. Def Rhymz – De Bom

In 1999 veroverde een op zijn zachtst gezegd opmerkelijke
verschijning de vaderlandse hitparades. De teksten waren veel te plat, de
bijbehorende moves veel te ranzig en met de man zelf leek geen fatsoenlijk
gesprek gevoerd te kunnen worden. Het was werkelijk waar in alle opzichten
fout. Maar Nederland sloot rapper Def Rhymz in de armen en zijn hit ‘Doekoe
steeg door naar de hoogste positie in de hitlijsten.
En ook onze plaatselijke discotheek boekte hem voor een
optreden. En zo gebeurde het dat wij op een zaterdagavond, opeengepakt als
sardientjes in blik, vanaf de dansvloer naar het geïmproviseerde podium stonden
te kijken en de bijzondere performance van de artiest aanschouwden. Conclusie
van de avond: de man is écht gek. Hij schudde en schuurde met zijn kont als was
hij een nymfomane bubbling-danseres, klauterde in palen, sprong op de bar en
schreeuwde af en toe iets dat op zijn bekende hit leek. Maar we hadden een
topavond!
Met dat optreden in het achterhoofd was het echter moeilijk
om serieus naar de opvolger te luisteren. Maar die vond ik eigenlijk…. Best wel
goed. Wellicht dat dat ook kwam omdat het nummer toch een tandje minder Rhymz
bevatte. Hij was namelijk de samenwerking aangegaan met Postmen en met elkaar
hadden ze de Doe Maar-klassieker ‘De Bom’ bewerkt tot een heerlijk vrolijke reggae/hiphop-plaat.
De single zou uiteindelijk de 3de plaats bereiken in de Nederlandse Top 40.
Van de politieke boodschap die in de oorspronkelijke versie
zat bleef niet zo heel veel over. Maar dat was ook niet erg, want spanningen
tussen het westen en Rusland, dat was zóóóó jaren tachtig. Kleine kans dat dát ooit
nog eens een keer voor zou gaan komen.