All-4-One – I swear

Heel veel zoeter dan I swear kan eigenlijk niet. Het glazuur spat van je tanden als je dit nummer hoort. Zelfs voor tijdens een bruiloft is dit plaatje echt ‘too much’. Elke zichzelf respecterende bruid zou gillend het feestgedruis moeten verlaten als haar kersverse echtgenoot dit nummer voor haar aan zou vragen. Want de liefde verklaren is één, maar om je op deze manier met je hele hebben en houwen aan je partner te geven…

Maar goed, dat was mijn enigszins gekleurde inschatting in 1994. Ik verafschuwde het plaatje namelijk. En ik was er ook van overtuigd dat er geen enkele vrouw was die dit opzichtige geslijm zou accepteren. Maar dat ik als beginnende puber nog maar bar weinig van de andere sekse begreep, werd al snel duidelijk. Meiden vielen als een blok voor de vier heren uit de Verenigde Staten. Het liedje stond maar liefst elf weken op nummer één in de Billboard Hot 100. Ze wonnen er zelfs een Grammy Award mee.
 

Het idee voor het formeren van All-4-One ontstond toen twee schoolvrienden bij het inzingen van jingles voor een radiostation een collega tegen het lijf liepen. De drie besloten een band op te richten. Ze wilden er alleen nog iemand bij. Die vonden ze bij een karaoke-competitie. Ze deden vervolgens met zijn vieren auditie bij een lokaal label in Los Angeles en werden direct gecontracteerd. Hun eerste single was een groot succes in de Verenigde Staten. So much in love schopte het tot de vijfde plaats in de Billboard Hot 100. Maar met I swear deden ze hier dus nog een schepje bovenop.

De single werd wereldwijd opgepikt. Ook hier in Nederland behaalden ze de hoogste positie. Maar de schade bleef hier gelukkig beperkt tot één week. Al was de nieuwe nummer één niet héél veel beter. Dezelfde inslag, hetzelfde hoge Sky Radio-gehalte. Maar van dat overdreven geglij waren we in ieder geval af. Althans, het duurde nog 11 lange weken voordat ze definitief de lijst uit waren.

Het was ook wel direct hun laatste hit in ons land, want daarna zouden ze niet meer terugkeren in onze charts. Hun tweede single I can love you like that kwam niet verder dan de Tipparade. Ook over de plas viel het daarna een beetje stil. Ze bleven te veel hangen in die glijerige, zwoele R&B-sound en dat maakte dat de fans steeds meer begonnen af te haken. Ze haalden nog één keer de Hot 100 met een nummer uit de soundtrack van de Disney-film Hunchback of the Notre-Dâme maar daarna verdwenen zij ook daar van het podium.

Metallica – One

Met enige verbazing keek ik naar de muur die altijd onze goal vormde als wij hier weer eens een partijtje wilden voetballen. Iemand had er – dat was heel handig – twee palen en een lat op gespoten met graffiti. Maar diegene had die avond ervoor nog méér op die muur gezet: ‘Mettalica’. Ik had geen idee wat dat betekende, maar het klonk in ieder geval heel stoer.

En dat was het ook. Het bleek namelijk de naam van een heavy metal-band te zijn. Alleen was de bandnaam wel verkeerd gespeld. En dát was iets minder stoer. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik van de band hoorde. Terwijl ze op dat moment toch al de nodige hits hadden gehad. Maar goed, die waren compleet aan mij voorbij gegaan. Zelfs het wat rustiger Nothing else matters had zich niet in mijn brein genesteld.

In 1994 vielen ze me echter weer op. One kwam de Nederlandse Top 40 binnen. Een heftig nummer dat opviel door zijn lengte, de snoeiharde gitaren en het overweldigende middenstuk. Een plaat die de waanzin van oorlog feilloos wist te pinpointen. Ik kon de wanhoop van de zwaar verminkte oorlogsveteraan door de boxen heen vóelen en dat maakte indruk. 


Het was dan ook niet zo gek dat de plaat in 1994 de nummer één-positie behaalde in de Top 100 Allertijden van 1994. In die tijd altijd op Goede Vrijdag uitgezonden op Radio 3. Naar aanleiding van dit succes besloot het platenlabel de single, die in 1989 al eens eerder in de Nederlandse Top 40 stond, opnieuw uit te brengen. Een gouden greep. Hij stond vervolgens 14 weken lang in de hitlijsten, waarvan 5 weken op nummer drie.

En inmiddels is de plaat ook niet meer weg te denken uit de Top 2000. De laatste jaren is hij steevast bij de bovenste 25 te vinden. Dankzij deze plaat ontdekte ik met terugwerkende kracht de band, die inmiddels met veel méér nummers in mijn favorietenlijstje staat.

Tokyo Ghetto Pussy – I kiss your lips

Nee, het was geen Nederlands product. Geen zoveelste project van de immer inventieve deejay Wessel van Diepen die op deze manier ook een slaatje wilde slaan uit de populariteit van de happy hardcore halverwege de jaren ’90. En nee… ze kwamen ook niet uit Japan. De twee mannen achter Tokyo Ghetto Pussy waren Duitsers. En niet bepaald onbekenden in de dance.

Eerder hadden Rolf Ellmer (Jam el Mar) en Markus Löffel (Mark Spoon) namelijk al succes als Jam & Spoon. Het duo, dat als zeer invloedrijk geldt in de ontwikkeling van de dance en het genre trance in het bijzonder, maakte in 1995 een korte uitstap naar de rave. Ze lanceerden het project Tokyo Ghetto Pussy en scoorden een grote hit met I kiss your lips.

In de Nederlandse Top 40 schopten ze het in 1995 tot de 3de plaats. Een herkansing kwam er niet: hun tweede single To another galaxy strandde in de Tipparade. Alleen in België hadden ze daarna nog succes met het hier nagenoeg onbekende Everybody on the floor (Pump it).

Jam El Mar en Mark Spoon keerden vervolgens weer terug naar hun roots. Ze begonnen te experimenteren met de volgende stroming die zich aandiende: trance. Met hun volgende project ‘Storm’ legden ze met Storm en Time to burn de basis voor de hardtrance. Een wat donkerder variant van het melodieuze genre. En ook dat wisten ze om te zetten in commercieel succes.

Hun succesverhaal eindigde abrupt toen Mark Spoon op 11 januari 2006 dood werd aangetroffen in zijn woning. Hij was overleden aan de gevolgen van een hartaanval. Als eerbetoon brachten zijn directe collega en Plavka, die lange tijd bij hun projecten betrokken was als zangeres, nog een dubbel-CD uit met daarop een speciale versie van Be.Angeled.