East 17 – It’s alright

Bakvisjes zwijmelden weg bij Take That… Maar échte stoere
meiden hielden van East 17. Het was de ruigere, rappende variant van de tweede
generatie boybands uit de jaren ’90. En waar van je verwacht werd dat je de
muziek van Take That toch op zijn minst uitkotste wilde je jezelf als jongen
serieus kunnen nemen, kon je met een singletje van de ‘bad boys’ uit het
Engelse Walthamstow nog nét weg komen.
Heel veel mannelijker was de muziek overigens niet. Het
glazuur spatte van je tanden bij ballads als Around the world en Stay another day. Vooruit, er werd in gerapt en ze zagen er betrekkelijk stoer
uit in de clip maar veel van hun nummers hadden een hoog Knuffelrock-gehalte.
Toch zullen ze vooral herinnerd worden van hun grootste hit:
It’s alright. Een nummer dat begint
als een typische boyband-ballad maar al snel verandert in een stevig
dansnummer. De single reikte in de Nederlandse Top 40 tot de vierde plaats maar
in diverse landen, waaronder Frankrijk en Australië wist het de hoogste positie
een aantal weken vast te houden.
Na dit mondiale succes volgden nog twee albums. Maar
halverwege de jaren ’90 liepen de verkoopcijfers terug. En begon het steeds
meer te rommelen binnen de band. Gezicht van East 17 Brian Harvey raakte aan de
drugs en Tony Mortimer, het bandlid dat veel van de nummers schreef kreeg
depressies en een writer’s block.
Even leek het erop dat zangeres Gabrielle ze in 1997 weer
uit het moeras zou trekken toen zij het duet If you ever met hen opnam. De cover van het a capella nummer van Shai werd
opgenomen maar dit werd overschaduwd door controverse rond Brian Harvey. Na het
slikken van 12 XTC-pillen liet hij in een Engelse krant optekenen dat het best
‘cool’ was ‘to do drugs’. Niet heel handig omdat rond die tijd nét veel
media-aandacht was ontstaan rondom de dood van een 18-jarig meisje. Haar
doodsoorzaak? XTC. De krant linkte de twee zaken aan elkaar en de consternatie
was compleet. De zanger werd op staande voet ontslagen.
Het ontslag was van korte duur. In 1998 werd hij weer in
genade aangenomen door de band, die zich inmiddels had omgedoopt tot E-17. Een
metamorfose waar men alleen in het thuisland intrapte. Want hun single Each time schopte het in dat land nog
tot de hitparades. Het zou de laatste stuiptrekking zijn van de band die eens
zo groot was. Er volgden wel nog meerdere reünies maar behalve in het
schnabbel- en nostalgia-circuit kregen ze daarmee niet meer de handen op elkaar.

Atenna – Zorba the Greek / LCD – Zorba’s dance

Op de basisschool kregen wij volksdansen. Echt waar! Op
schóól. En of het nu officieel onderdeel van de lesstof was of dat het een
opwelling was van een bevlogen leraar die dat met het nodige kunst- en
vliegwerk door het docentenoverleg had geloodst, dát is mij nooit duidelijk
geworden. Feit was dat ik als tienjarige één uur per week om mijn klasgenoten
heen liep te zwieren en te zwaaien tijdens het uurtje ‘volksdansen’.
Maar goed… ik ontwikkelde daardoor, naast een aversie tegen
de Tarantella en de Polka, wel een zeker gevoel voor de traditionele dans. En
toen het 1993 werd kon ik dan ook iedereen vertellen dat het housenummer van
Atenna, genaamd Zorba the Greek, een
bewerking was van de traditionele Griekse dans de Sirtaki. En kon ik óók nog de
pasjes voordoen.
En met de opkomst van de happy hardcore, halverwege de jaren
’90, had ik er opnieuw profijt van. Want dat hakken, dat had wel héél veel
overeenkomsten met… juist! En dus waren deze danspasjes natuurlijk gesneden
koek voor mij. Het kwam dan ook regelmatig voor dat ik als eerste op de
dansvloer verscheen om mijn hakkunsten te vertonen.
Maar toen ook de happy hardcore-hype een beetje op zijn
einde liep, stond ik daar met mijn culturele besef.  Gelukkig kwam op dat moment LCD om de hoek. ‘s Werelds eerste digitale supergroep bracht in 1998 de
single Zorba’s dance uit. En daar stond
ik opnieuw, leunend op de schouders van mijn vrienden, de beentjes in de lucht
te gooien.
En ik doe hem nog steeds wel eens. Bijvoorbeeld bij
bruiloften, waar ik in de late uurtjes nog regelmatig onderdeel ben van geslaagde
en minder geslaagde uitvoeringen. Ik kan het dan tóch niet over mijn
volksdanshart verkrijgen om vanaf de kant toe te kijken.

De platenkast van mijn vader – Robbie van Leeuwen / Galaxy-Lin

Waarschijnlijk heb je wel eens gehoord van The Motions. De
kans dat je Shocking Blue kent is al een stuk groter. Maar Galaxy-Lin?
Galaxy-Lin, na The Motions en Shocking Blue, in 1974 opgericht
door Robbie van Leeuwen, was een, voor die tijd, zeer vooruitstrevende groep,
waarbij nu eens niet de gitaar centraal stond, maar de mandoline, bespeeld door
Robbie van Leeuwen himself. Inderdaad, ook de componist van Venus.
Het nummer A Long Hot Summer, eveneens van zijn
hand, stond zes weken in de Nederlandse Top 40 met als hoogste positie plaats nummer 16.
Hoewel ik de single niet hebt gekocht, met mijn 24 jaar was
dat wel klaar, behoorde het tot mijn favoriete nummers van dat moment. Wellicht is het ‘wishful thinking’, maar wie weet
wat ons nog aan mooi weer te wachten staat na het beluisteren van dit nummer:
Als toegift mijn favoriete nummers van de twee andere bands,
en sorry, “Venus” hoort daar niet bij.

B Real, Busta Rhymes, Coolio, LL Cool J & Method Man – Hit ’em high

Het was lang geleden dat ik naar de bioscoop was geweest. En
ik vond het een beetje spannend. Dat kwam door mijn allereerste
cinema-ervaring. Ik was elf en ging met vrienden naar de film ‘Robin Hood, Prince
of Thieves’. En dat betekende dat de allereerste scène die ik op het levensgrote
doek zag, bestond uit het afhakken van een hand. Je kunt je een prettiger begin
voorstellen.
Maar nu, in 1996, zou dát in ieder geval niet gebeuren. We
gingen namelijk naar Space Jam. Een comedy met daarin live acteurs én animatiefiguren.
En dan ging het ook nog om de Looney Tunes. En die kende ik nog… van de
Flippo’s. Bugs Bunny, Daffy Duck, Porky Pig…
Het was een ontzettend leuke film en het fijne was dat ik er
dit keer ’s nachts níet van wakker lag. Al waren de critici een andere mening
toegedaan. Zij vonden het maar een slap aftreksel van de Disney-klassieker Who framed Roger Rabbit. De
bezoekersaantallen spraken echter boekdelen: het was een  enorme kaskraker met een opbrengst van maar
liefst 90 miljoen dollar. Veel geld voor die tijd.
Wat de critici wél kon bekoren was de soundtrack. Natuurlijk
door de nummer één-hit I believe I can fly van R. Kelly. Maar ook dankzij het monsterverbond van ’s werelds
grootste rappers van dat moment: B Real van Cypress Hill, Busta Rhymes, Coolio,
LL Cool J en Method Man. Hun Hit ‘em high
gooide wereldwijd ook hoge ogen.
In het hiphopnummer kropen de vijf grootheden in de huid van
de ‘Monstars’: de ‘tiny’ aliens die vlak vóór de basketbalwedstrijd, die als
inzet had de Looney Tunes voor de planeet Aarde te behouden, opeens bleken te
zijn uitgegroeid tot gigantische monsters die ook nog eens het talent van een
aantal vooraanstaande basketballers bleken te hebben gestolen.

Hit ‘em high behaalde
in de Top 40 een vierde plaats. Het betekende voor Busta Rhymes een kickstart
voor zijn carrière in ons land, en ook LL Cool J en Coolio waren daarna
opnieuw succesvol in Nederland.

Steps – 5 6 7 8

Iets dat in de jaren ’90 steeds populairder werd, was
line-dancing. Hordes van met name oudere mannen en vrouwen hulden zich
vrijwillig in cowboy-kleding om vervolgens keurig in een rijtje synchroon
danspasjes uit te voeren. Toegegeven: het zag er vaak strak uit en jawel… ook
ik heb wel eens een dansje gewaagd.
Maar dat was dan niet op de gebruikelijke hillbilly
cowboy-muziek maar op de muziek van de in de nineties immens populaire
dance-act Steps. Want hun hits leenden zich uitstekend voor deze dansstijl. En
dan stond ik in de plaatselijke discotheek, met net zo’n blij hoofd als de
Steps-mannen, handen in de zij, mijn linedance-pasjes uit te voeren, terwijl
mijn vrienden zich langzaam maar zeker steeds verder van mij vandaan
verwijderden. Geen meid die mij daarna nog aansprak. En die waren toch al zo
dun gezaaid.
Steps had beduidend meer succes. Hun singles 5, 6, 7, 8 en Last thing on my mind werden grote hits. In België stond die
laatste single zelfs maar liefst tien weken op de hoogste positie. In Nederland
liep men wel iets minder warm voor de Engelse dance-act. De elfde plaats was
het hoogste haalbare in de vaderlandse hitparade. De opvolgers One for sorrow en de dubbele A-kant Heartbeat/Tragedy bereikten wel de Top
40 maar schopten het niet ver.
Internationaal was Steps echter een gigantisch succesnummer.
Ze hadden een eigen magazine, met fotostrips waarin de leden van de band
allerlei avonturen beleefden, een eigen talentenshow, ze mochten mee op tour
door de Verenigde Staten als supportact van Britney Spears en hoorden hun hit
terug in de teen romcom Drive me crazy.
Ze hadden daarna nog veel hits. Vooral in het Verenigd
Koninkrijk. Maar de geruchten werden in 2001 steeds sterker dat de band uit
elkaar zou gaan. Steps ontkende echter in alle toonaarden. Ze wilden nog even
cashen in de lucratieve Kerstperiode. Dat wisten ze maar nét te volbrengen,
want op  Tweede Kerstdag 2001 hield de
act het voor gezien, de fans in woede en verbijstering achterlatend. 
Maar zoals het een goede band betaamt, kwamen ze uiteindelijk
weer bij elkaar. Dat gebeurde in 2011. Hun grootste hit van toen? Een
geurenlijn