De platenkast van mijn vader – De geboorte van een koning

Een muzikale herinnering aan vijftig jaar Willem Alexander.

Donderdag
26 april 1967. Ik was 17 en zat in het examenjaar van de U.L.O. De dag erop stond me een zwaar tentamen te
wachten, waar ik als een berg tegenop zag. Niet in het minst, omdat ik liever
ging voetballen.

Tja, wat te doen! Onze koningin, in blijde verwachting, liep op het eind.
Geboorte betekende een vrije dag en, belangrijker nog, geen tentamen.

Natuurlijk nam ik de weg van de minste weerstand. Om na een lekker potje
voetbal en een lange nacht – oranje – peentjes zweten om acht uur ‘s-ochtends
verblijd te worden met de, op dat moment, mooiste melodie die ik me maar kon
bedenken; het Wilhelmus. 

Dáár zal ik jullie niet mee vermoeien! Wel een zeer toepasselijk nummer dat die
week in de Veronica top-40 stond.  En dat
tentamen? Appeltje Eitje!

Scooter – Friends

En daar staat hij dan… Het is naar om te zien. Je beste
vriend, volledig ontdaan. Brede schouders die schokken, de tranen die langs
zijn ruw bebaarde gezicht naar beneden glijden. Onwerkelijk. De man die met
zijn potige voorkomen in je uitgaansjaren nog wel eens voorkwam dat je een klap
kreeg, ook al was die soms best terecht. Nu opeens een klein hoopje mens.
Het is ook niet niks. Voorgoed afscheid moeten nemen van je
moeder. Of überhaupt van een van je ouders. Je ouders, die je groot hebben
gebracht en je gemaakt hebben tot degene die je nu bent. Die er altijd voor je zijn,
ook al ga je niet altijd de weg die zij misschien voor ogen hebben.
Ik kan me er geen voorstelling van maken. Mijn moeder
verkeert in goede gezondheid. Verslijt nog steeds de nodige kilometers op haar
wandelschoenen. En mijn vader kom ik nog regelmatig tegen op het
zaalvoetbalveld. Ik zou niet weten hoe het is. Machteloos moeten zien hoe een
van hen langzaam wegglijdt naar dat grote zwarte gat.
Maar dit beeld… het maakte een enorme indruk op mij. Natuurlijk,
ik heb al eerder begrafenissen en crematies meegemaakt. Maar zó dichtbij kwam
het niet eerder.

En dan is het mooi om te zien dat alle vrienden, hoe
verschillend hun levens zich misschien ook ontwikkeld hebben in de afgelopen
jaren, en hoe weinig we elkaar misschien ook zien tegenwoordig, allemaal bij
elkaar komen om hem en zijn familie te ondersteunen.

LL Cool J – Loungin’

Hij kwam de afgelopen maanden veelvuldig voorbij op de
radio: Kris Kross Amsterdam met Are you sure? Een heerlijk plaatje voor in de auto naar huis. Echter was er één
vraag die maar aan me blééf knagen. Die sample… waar kende ik toch die sample
van?
Eén ding wist ik wel: het was afkomstig uit de jaren ’90 en
ja… als zelfbenoemd expert op dit decennium ging ik dan natuurlijk niet lopen
Googelen om deze vraag beantwoord te krijgen. Nee… ik vond dat ik hier zelf
achter moest komen.
Maar het werd met de dag frustrerender. Het heerlijke
nummertje voor onderweg werd een oorwurm die ik éigenlijk niet meer wilde
horen. Maar op de achtergrond hadden mijn raderen gelukkig al flink wat werk
verricht want opééns schoot het mij te binnen: LL Cool J!
James Todd Smith brak in 1987 door met een geheel nieuwe
sound: de rapballad. Het prachtige I need love werd een wereldwijde hit en van het bijbehorende album Bigger and deffer (BAD) werden miljoenen
exemplaren verkocht. Een groot succes.
Maar toen ‘Ladies Love Cool James’ na twee jaar noeste
arbeid een nieuw album uitbracht, was de rapwereld volledig veranderd.
Inmiddels maakten hiphopacts als N.W.A. en Public Enemy de dienst uit met hun
gangsta rap en de community liet het album volledig links liggen.
De Amerikaanse paste daarop zijn stijl aan maar zijn
voormalige fans kreeg hij er niet mee terug. Totdat er halverwege de jaren ’90 langzaam
toch weer ruimte kwam voor ‘zijn’ muziek. Hij werd in het zadel geholpen door
R&B-act Boyz II Men met wie hij samen Hey lover uitbracht. En met het weinig aan de verbeelding overlatende Doin’ it scoorde hij vervolgens een monsterhit die overal hoog in de hitparades
stond.
LL Cool J stond weer op de kaart! Want ook zijn volgende
single Loungin’ werd goed ontvangen. Inderdaad…
het nummer van die sample. Een zwoel, bijna klef zomeravondliedje dat in de
remix met de dames van Total verreweg het zwoelst klonk.
En die sample? Uiteindelijk toch ook niet van de rapper zelf.
Nee, die was afkomstig uit 1985: Who do you love van Bernard Wright. Een liedje dat alleen een bescheiden hit werd
in de Verenigde Staten maar dankzij de versie van het Amsterdamse DJ-trio inmiddels
dus een derde leven heeft gekregen.

Anastacia – Sick and tired

Verschrikkelijk vond ik haar. Al vanaf haar eerste single I’m outta love. En waar velen haar juist
roemden om haar gigantische strot, vond ik het vooral héél erg schreeuwerig.
Waarom moest het allemaal toch zo hard?
Anastacia stond dan ook niet bepaald in mijn lijstje met
favorieten. Maar in de zomer van 2004 kwam daar verandering in. Ik had een
vakantiebaantje bij een krattenwasserij. En terwijl ik de vuile vleeskratten
klaarzette voor de wasstraat, schalde Radio 538 door de speakers. Een grote hit
op dat moment was Sick & tired.
Van Anastacia. Die werd te pas en te onpas gedraaid. En misschien dat het kwam door
de voor haar muziek uitstekend geschikte akoestiek – een enorme, nagenoeg lege
loods – maar het nummer klonk gewoon lekker.
Eén ding weet ik zeker. Het kwam niet door de fijne
herinneringen die ik daar opbouwde. Jawel, het was absoluut leuk werk, maar het
was niet altijd een voorrecht. Zeker niet als ik aan de slag mocht met vuile
vleeskratten die meerdere dagen achtereen bij 30 graden in de volle zon hadden
gestaan. You do the math…
Vermoedelijk klonk de plaat zo goed vanwege de mannelijke
zanger die meedeed op de plaat. Daardoor kreeg het nummer een heerlijk
exotische, zomerse ‘touch’. En wat ook fijn was: je hoorde niet alléén maar Anastacia.

En waar ik altijd dacht dat de Amerikaanse zangeres voor het
nummer ergens een lokale Afrikaanse beroemdheid had gestrikt, blijkt niets
minder waar. Het is een sample uit het liedje Let the music play van Shamur. Een Italiaanse danceformatie die
alleen in Griekenland en Finland de hitparades wist te bereiken. En met Afrika bleek
het ook al weinig te maken te hebben. De tekst is in Punjab, een taal die met
name in India en Pakistan wordt gesproken, en het betekent ‘Ik heb mijn hart
gegeven aan iemand die het niks kan schelen’. Handig voor als u binnenkort een
keer die kant op gaat.

Da Hool – Meet her at the Love Parade

De Love Parade… het was toch wel een beetje mijn ultieme
droom om dáár een keer bij te zijn. Het leek me zo geweldig: die gigantische
praalwagens met daarop mijn helden, die fantastische muziek, de beats die door
de speakers knalden, de mensenmassa, het feest… Maar ja… Ik was 14, hooguit 15.
Het was in Duitsland en dan ook nog eens in het verre Berlijn. Niet bepaald een
bestemming waarvoor ik mijn ouders even kon charteren.
Ik moest het dus doen met de beelden. Maar díe waren al
magisch. Wat ooit was begonnen met een politiek geëngageerde DJ die voor zijn
verjaardag vanuit zijn Volkswagen-busje voor 150 man techno draaide op de
Kurfürstendamm, was inmiddels uitgegroeid tot een gigantisch buitenevenement
dat bijna een miljoen bezoekers trok.
Maar enkele jaren later ebde de interesse weg. Want waarom
zou je naar Berlijn gaan en al die, inmiddels toch wat gedateerde, Duitse rave
gaan luisteren als je net zo goed op een festival in je eigen land met
tienduizenden kale koppen uit je dak kunt gaan op hippe hardcore?
Pas in 1999 werd de wens weer een beetje aangewakkerd. Ik
was inmiddels ouder en milder geworden en de eerste trance-CD’s verschenen in
mijn platenkast. En op een van die CD’s stond Da Hool met de single Meet her at the Love Parade.

De Duitse DJ had zo’n beetje dezelfde verandering
doorgemaakt als ik. Ooit begonnen in de rave, langzaam doorgegroeid naar de
hardcore om uiteindelijk uit te komen bij de trance. Met Meet her at the Love Parade bracht hij een ode aan het
legendarische festival dat bij onze oosterburen nog steeds elk jaar werd
georganiseerd. Hij scoorde er een dikke top 10-hit mee in meerdere Europese
landen. Ook in Nederland, waar hij tot de 9de plaats reikte.
Toch kwam het er niet van om het evenement een keer te
bezoeken. Zelfs niet toen de Parade in 2007 noodgedwongen uit Berlijn vertrok
en vanaf dat moment in het Ruhrgebied werd georganiseerd. Terwijl dat zo’n
beetje om de hoek was!

Toen werd het 24 juli 2010. Ik kwam rond zes uur thuis en
knipte traditiegetrouw de TV aan voor het journaal. Ik schrok: ik zag beelden
van bebloede mensen die ontredderd rondliepen, hulpverleners die druk bezig
waren en ambulances die op de achtergrond heen en weer reden. Voor de camera’s
van de NOS deden geschrokken Nederlanders hun verhaal…
In één oogopslag wist ik het: de Love Parade! Het was
helemaal mis in Duisburg! Niet veel later kreeg ik de bevestiging. De teller
stond op dat moment al op 15 slachtoffers. Doodgedrukt in de enige tunnel die
toegang gaf tot het festivalterrein. Eén tunnel! Een kapitale inschattingsfout
van de organisatie die ook nog eens maar ruimte had gemaakt voor 250.000 mensen
terwijl het jaar ervoor volgens de organisatie toch echt zo’n 1,5 miljoen bezoekers op het evenement
waren afgekomen!

De organisatie kon daarna uiteraard nog maar één beslissing
nemen. Dit was de laatste Love Parade. Terecht, al was het alleen maar uit
respect voor de nabestaanden. Maar dat betekende helaas ook het einde van mijn
ultieme droom.