Lordi – Hardrock hallelujah

Het was 2013 en ik zat in de auto naar huis toen de schrik
mij om het hart sloeg. Op de radio werd namelijk de nieuwe single van Lordi
aangekondigd. Ik kende maar één band met die naam. Mijn gedachten gingen terug
naar 2006 toen een Finse heavy metalband het Eurovisiesongfestival opschudde
met hun Hard rock hallelujah!
Ik herinnerde me de freakshow die ze opvoerden. Op en naast het
podium. Angstaanjagende maskers, dito gewaden en dan die muziek: snerpende
gitaren, stevige drums en de rauwe stem van de ‘zanger’. Alles behalve de
gepolijste popliedjes die normaal gesproken voorbij kwamen op het festival.
Nou ja, gepolijste popliedjes… Hard rock hallelujah! was ook een aanklacht tegen wat langzamerhand
wel een beetje gemeengoed was geworden bij het jaarlijkse liedjesfestival: hoe
maffer hoe beter leek het credo. En ook Nederland had in 2006 niet heel erg
zijn best gedaan om een serieuze afvaardiging te sturen. Ze lieten zich
vertegenwoordigen door de meidenband Treble met Amambanda.
Verschil tussen Nederland en Finland was alleen dat Treble al
in de halve finale strandde, terwijl Lordi won dat jaar. De eerste overwinning
voor het land ooit met ook nog eens een recordaantal punten!
Het statement van de Finnen kwam overigens niet in elk land helemaal
goed over. Het jaar erop kwam Oekraïne namelijk met een buitenaardse travestiet in glitterpak, in 2008 vaardigde Ierland een vals zingende kalkoen af en wie
herinnert zich niet de aandoenlijke bejaarde Russische baboesjkaatjes uit 2012?
Het winnende nummer van Lordi wist de Nederlanders overigens
óók niet te bereiken. De single strandde in de Tipparade. En daarna hoorden we
niets meer van ze. Althans… Tot 2013 dan? Nee, ook toen niet, want waar ik me in
de drie minuten die volgden schrap had gezet voor rammende gitaren bleek de DJ
de Nieuw Zeelandse singer-songwriter Lorde te bedoelen. En dat was (gelukkig)
een héél ander geluid.

Refugee Camp Allstars – Avenues

Hij was niet de bekendste Fugee. Maar toen Wyclef Jean en
Lauryn Hill in 1997 voor zichzelf gingen beginnen, zette ook Pras Michel de
eerste stappen in zijn eigen muzikale carrière. Hij richtte samen met
Fugees-schrijver John Forté de band Refugee Camp Allstars op.
Ze werden voorzichtig gebracht door papa Wyclef Jean. Eerst
als featured act op zijn soloalbum: Wyclef
Jean presents The Carnival featuring the Refugee All-Stars
. Kortweg: The Carnival. Behoedzaam liet vaders ze
vervolgens even wennen aan eigen commerciële succes met de eerste single van
dat album: We trying to stay alive. Een
cover van het beroemde nummer van de Bee Gees en tegelijkertijd de plaat waarop
zij voor het eerst met naam werden genoemd. Alleen in de Angelsaksische landen bereikte
het nummer de charts.
Maar vervolgens was het dan toch écht tijd om uit te
vliegen. Ze werden losgelaten en doken voor inspiratie hun platenkoffer in.
Daar vonden ze Electric avenue van
Eddy Grant uit 1982. Een plaat die een belangrijke rol speelde in de emancipatie
van de zwarte muziek. Muziekzender MTV kreeg begin jaren ‘80 het verwijt dat
zij alleen maar muziek van ‘witte’ artiesten voorbij lieten komen. Electric avenue was vervolgens samen met
Michael Jackson’s Billie Jean de
plaat die MTV veelvuldig voorbij liet komen om tegemoet te komen aan die
kritiek.

En of het nou toeval is, óf een sterk staaltje historisch
besef: Pras en John voegden net die twee platen samen en brachten Avenues uit. Ze benaderden Marley-telg
Ky-Mani voor de zang en scoorden vervolgens een heerlijke nazomerhit. De plaat had
in veel landen succes en schopte het in de Nederlandse Top 40 tot de 10de
plaats.

En papa Wyclef Jean zag dat het goed was. De basis voor een
succesvolle muzikale carrière was immers gelegd. Maar… de voorkeur van de heren
ging toch uit naar soloprojecten en de Refugee Camp Allstars keerden niet meer
terug in de charts. Pras Michel wel. Hij zou nog een monsterhit hebben met de R&B-evergreen
Ghetto supastar (that is what you are).

De Jazzpolitie – Liefdesliedjes

Nee… ik hoefde niet te raden welke artiest dit was. Met dat
typische, zeikerige stemgeluid kón het er maar één zijn. Als ik heel vroeg
thuis kwam van school, of tijdens mijn vakantie naar Radio 3 luisterde, hoorde
ik die stem nog wel eens op de radio. Tussen 12 en 2 had hij daar zijn eigen
programma. Verschrikkelijk! Nooit kwam er eens een leuk nummer voorbij, hij
viel ons constant lastig met zijn eigen mening en dan voortdurend dat
betweterige geblaat. Ik was altijd blij als het weer twee uur was.
…De plaat werd afgekondigd. “Dit was De Jazzpolitie. Met Liefdesliedjes”. Huh? Geen Henk
Westbroek? Dan was hij óngetwijfeld de zanger van deze band. Dat móest wel! Maar
nee, later bleek ook dát niet het geval te zijn… Want in een interview met deze
nieuwe band viel de naam Henk Westbroek geen enkele keer. De beste man had er gewoon
helemaal niets mee te maken.
Nee… het betrof een Gronings muziekduo dat bestond uit Peter
Groot Kormelink en Herman Grimme. Beiden waren zij afkomstig van de band
Splitsing, bekend van het nummer Wind en zeilen. Een plaatje dat in 1985 veel gedraaid werd op de radio maar nét
niet de Nederlandse Top 40 wist te bereiken.
Liefdesliedjes
werd opeens een stuk leuker. Sterker nog… het veroverde zelfs een plaatsje op
een van mijn cassettebandjes. Tussen 2Unlimited en U96. En het kreeg uiteraard
een notering in Erwin’s Top 40. En ook de bijzonder indrukwekkende opvolger Ze zijn terug vond ik mooi. Al had ik toen geen enkel benul over
welk zwaar beladen thema het eigenlijk ging: de opkomst van het neo-nazisme.
Het zal waarschijnlijk díe plaat zijn geweest die ervoor
zorgde dat De Jazzpolitie niet gek lang daarna werd benaderd door het Nationaal
Comité 4-5 mei met de vraag om een nummer te schrijven voor Bevrijdingsdag. Dat
deden zij. Ze maakten Bommen en granaten (geen
video beschikbaar) en brachten dit op maar liefst zes Bevrijdingsfestivals ten
gehore. En daarmee verbraken zij direct het record ‘meeste festivals op één
dag’.

Was er dan geen énkele link met die vreselijke Henk
Westbroek? Toch wel. De mannen van De Jazzpolitie waren vóór en ná hun
succesperiode toch vooral actief als liedjesschrijvers. Zo schreven zij vijf
nummers voor het debuutalbum van Westbroek. Later zouden zij ook voor het
tweede album nog een zestal nummers schrijven. Maar dat zij die man aan een
muzikale carrière hebben geholpen is hen vergeven.

Pin-occhio – Pinocchio

Er zijn maar twee artiesten waarvan ik méér dan één single
heb gekocht. Dit zijn natúúrlijk mijn happy hardcore-helden Charly Lownoise
& Mental Theo en… Pin-Occhio. U zegt? Pin-Occhio. Een Italiaanse danceact
die in het begin van de jaren ’90 twee hits scoorde in Europa. En ik ben de
trotse bezitter van beide singles!
Hun eerste hit heette Pinocchio
en was een bewerking van de soundtrack van een Italiaanse film uit 1972: Le avventure di Pinocchio. Een vrolijk
deuntje wat de rest van de dag niet meer uit je kop te krijgen is. En zoals
destijds gebruikelijk werd het melodietje afgestoft, voorzien van een beat en
uitgebracht op single. In de Nederlandse Top 40 behaalden ze nét niet de top
10. Ze strandden op plek 11. Het plaatje hield het 10 weken vol. 
Na die tien weken werd het
afgelost door de opvolger: Tu tatuta tutataMet dit nummer gooiden de Italianen minder hoge ogen. Ze
kwamen niet verder dan de 21ste plaats en waren ook weer snel uit de charts
verdwenen.
Maar… ervan uitgaande dat u geen kenner bent van de
Italiaanse cinematografie uit de jaren ‘70, zorgt die laatste hit in Nederland, misschien
wél voor meer rinkelende belletjes. De melodielijn is namelijk ook in een
aantal andere platen gebruikt.
Behoort u tot de wat oudere lezers van dit blog? Dan kent u
het waarschijnlijk van het origineel van de Canadese synthesizer-formatie
Trans-X. In 1983 hadden zij een hit met Living on video. De jongere generatie herkent het vermoedelijk van de gelijknamige single van Pakito uit 2006. De Franse DJ zou met
zijn versie uiteindelijk de grootste hit hebben. 23 weken lang stond hij in
de Top 40 met als hoogste positie de 7de plaats.
Maar ook de 2 Brothers on the
4th Floor sampleden het nummer van Trans-X. In hun nadagen brachten zij Living in cyberspace uit. Voor mij blijft het echter altijd het nummer van Pin-Occhio. Die inmiddels allang vergeten danceact die met hun twee hitjes mijn CD-single
collectie opfleurden.

Euromasters – Alles naar de klote

Het was de allereerste commerciële gabberhouse-plaat: Alles naar de klote van de Euromasters. Uitgebracht ook op het allereerste hardcore-label Rotterdam Records, opgericht door DJ Paul Elstak. En het leidde direct tot controverse. Met name in de Bible-belt kon men er niet over uit. 120 dreunen per minuut, dat móest het werk van de duivel zijn.
Lees verder