K-Dootje – Sinterklaas K-Poentje

Er zijn maar weinig singles waarbij ik echt spijt heb dat ik
die ooit heb gekocht. Maar Sinterklaas K.Poentje
van K.Dootje uit 1994 is er wel echt één. Achteraf had ik mijn geld beter
kunnen besteden aan Trip to Raveland van
Marusha of Hyper hyper van Scooter.
Platen die ik tot op de dag van vandaag nog steeds geweldig vind en die
destijds óók hun opwachting maakten.
Jong en onbezonnen als ik was koos ik echter voor deze
single. Het leek me namelijk leuk om de Sinterklaas bij Oma op te fleuren met
deze housemedley. Maar gek genoeg mocht ik hem niet meenemen. “Oma had toch
geen CD-speler,” verzekerden mijn ouders mij. Maar dat bleek bij aankomst helemaal
niet waar te zijn!
Gelukkig stond er nóg een nummer op: Excelsis D.O. Die kon dan mooi voor de Kerst had ik bedacht. Maar
de single was al vóór Kerstavond op mysterieuze wijze verdwenen en dook pas
ruim na Driekoningen weer op. Al met al heb ik er dus weinig van kunnen
genieten.
Maar kennelijk was ik tóch niet de enige die dit nummertje
op CD-single kocht. Want het werd toch een bescheiden hit die tot de 26ste
plaats in de Nederlandse Top 40 reikte. Niet gek voor een plaatje waar de
puberale meligheid vanaf straalde.
Achter K.Dootje gingen twee bekende producers schuil: Jay
van den Berg en Eddy Morsink. Jay heeft een behoorlijk CV als het gaat om
platen waaraan hij heeft meegewerkt. Zo schreef hij nummers voor Romeo, Edsilia
Rombley en de succesvolle tieneract Ch!pz. Maar Sinterklaas K.Poentje was zijn eerste plaat die in de hitparades kwam. Hetzelfde gold overigens voor Eddy Morsink, wij beter kennen als Eddy Zoëy. De toen nog onbekende liedjesschrijver zou eind jaren ‘90 uitgroeien tot een bekende radio- en TV-persoonlijkheid.

Maar… ondanks dat ze mij destijds fl 15,95 afhandig maakten, verdienen de beide heren toch ook weer waardering voor hun rol in de muziekgeschiedenis. Zij plaveiden de weg voor het fenomeen Coole Piet, die in de 00’s tot drie keer toe rondom 5 december de Top 40 wist te behalen en zelfs een nummer één-hit scoorde met een Sinterklaasliedje… op house.

Pussycat Dolls – Don’t cha

Soms heb je met nummers van die associaties die niet meer
uit je geheugen zijn te wissen, terwijl je dat het liefst wél zou willen. Het
was 2008 en met vier vrienden waren wij op weg naar Distant heat. Een dancefestival in de woestijn van Jordanië. Een
fantastische bestemming natuurlijk, maar je wilt ook wel wat van de rest van
het land zien.
We hadden hier dan ook drie weken voor uitgetrokken en zo
reisden we van hotel naar hotel. In de loze uurtjes zapten we wat tussen de
verschillende kanalen die de hotel-tv’s ons aanboden. Maar omdat geen van ons
het Arabisch echt machtig was kwamen we eigenlijk altijd uit bij de muziekzender
Melody Tunes. Want dat was ‘All
Ingelesh All Za Tayem’. Wat er heel Arabisch uitziet, maar eigenlijk
niets anders is dan: ‘All English, all the time’.
Tussen de clips door kwamen er met enige regelmaat promofilmpjes
van de zender zelf voorbij. Stuk voor stuk parodieën op bekende nummers.
Vermakelijke filmpjes, dat zeker, maar ook filmpjes die ervoor zorgden dat als
je de plaat een keer écht hoorde, je direct een stel dansende Arabieren voor je
zag en heel hard de neiging moest onderdrukken om die bewegingen gelijk na te
doen.
En dat was dus ook het geval met Don’t cha. Ik zie niet meer die prachtige lichamen van de Pussycat
Dolls voor me, maar een volslanke Arabische met een overdosis zelfvertrouwen. Ik
hoor niet meer de zoetgevooisde stemmen van Nicole Scherzinger en haar
collega’s maar een weinig toonvaste stem die zingt: “Dont ya wish ya
gullefriend hot like me?”
Maar dat was niet de enige plaat waarbij mijn associatie voorgoed
veranderde tijdens die reis door Jordanië. Bekijk onderstaande compilatie maar
eens. Maar wees gewaarschuwd: het kan dus ook úw luisterervaring voorgoed veranderen!
De hoogtijdagen van de Pussycat Dolls lagen in 2008 overigens
al een paar jaar daarvóór. De debuutsingle Don’t
cha
dateerde van 2005 en schopte het
destijds tot de tweede plaats in de Nederlandse Top 40. Datzelfde gold ook voor
de opvolgers Stickwitu (2005) en Beep (2006) waarmee de meidengroep een record vestigde: de eerste act ooit die
met drie singles op nummer 2 bleef steken.

De ‘Dolls’ stonden in dat jaar in een uitverkochte
Heineken Music Hall en brachten nog drie platen uit die allen de top 10 wisten
te bereiken. Maar door interne strubbelingen en wisselingen van de wacht, kon
het tweede album niet meer voldoen aan de hooggespannen verwachtingen en
eindigde de zegetocht van de burleske dansrevue-groep.

De platenkast van mijn vader – Osibisa

Zondag 30 oktober. Ik heb het met zoon Erwin over een zeventiger jaren groep
die ik bij ‘Pa’s platenkast’ voor het voetlicht wil brengen: Osibisa,
een zogeheten Afro-rockband met heerlijk oorspronkelijke muziek, waarmee de
Afrikaanse landen op de muzikale kaart werden gezet.

Maandag 31 oktober, 08.45 uur. Van diezelfde groep hoor ik het, in mijn
belevenis, meest afgrijselijke plaatje ooit door deze groep uitgebracht,
gebombardeerd tot ‘clip v/d dag’ op Radio 5: The Coffee Song. Een cover die zelfs door de Muppets (wie kent ze niet) werd
opgevoerd.

Nu weet ik dat 99,99 % van jullie het niet in het jonge hoofd haalt
überhaupt deze zender op te zoeken, laat staan te beluisteren. Maar deze oude
man verlangt ook wel eens naar zijn muzikale jeugd, vandaar! Welnu, ik ben
voorlopig weer genezen en heb nóg meer heimwee naar hun eerste, titelloze
debuutalbum, rechtstreeks uit de binnenlanden van Afrika.

Word
wakker met de typische oerwoudgeluiden van The Dawn, dans met apen
en olifanten op Music for Gong Gong en zing luidkeels mee met Ayiko Bia. En de The Coffee Song? Slechte koffie drink je niet!

Osibisa – The Dawn
Osibisa – Music for Gong Gong

Osibisa – Ayiko Bia

Matthias Reim – Verdammt ich lieb dich

Trots als een pauw was ik. Het voelde als een grote stap in
mijn nog jonge leven. Een eerste stap naar muzikale onafhankelijkheid. Niet
langer hoefde ik alleen maar te luisteren naar wat mijn vader op de plank had
liggen. Niet langer was ik meer veroordeeld tot al die LP’s uit de jaren ’60 en
’70.
Want in 1990 kocht ik mijn allereerste eigen single: Verdammt ich lieb’ dich van Matthias
Reim. Nog op vinyl met zo’n groot gat in het midden, waardoor ik het adaptertje
van mijn vader nodig had om het op de pickup af te kunnen spelen.
Ik weet nog hoe gaaf ik het vond om te zien dat het plaatje
in Nederland uiteindelijk doorstootte naar de eerste plaats in de Top 40 en
daar vervolgens vier weken bleef staan. Triomfantelijk constateerde ik dat het
óók door mij kwam dat die zo hoog stond in de hitlijsten.
Maar niet alleen in Nederland haalde het de nummer
1-positie. In thuisland Duitsland vestigde de single zelfs een record door 16
weken achtereen op de hoogste positie te staan. Een record dat daar tot op
heden nog niet overtroffen is.
En terwijl hij hits bleef scoren in zijn vaderland, was het
in Nederland gauw gebeurd. Ik heb niet eens overwogen of ik zijn tweede single,
Ich hab geträumt von dir óók zou aanschaffen.
En mede door die beslissing kwam het plaatje hier ook niet verder dan de 14de
plaats.
Ik kan overigens nog steeds van die eerste single genieten: elke
keer als ik Verdammt ich lieb dich
weer eens hoor in het Foute Uur of tijdens een Verrückte Halbe Stunde, of als het
voorbij komt bij het beluisteren van mijn Spotify-lijst, gaat de volumeknop opnieuw
omhoog. Dat spannende intro… die kenmerkende drumsolo… en dan die explosie met
het refrein. Kippenvel!
Ik vermoed dat mijn vader zich destijds ook wel kon vinden
in mijn keuze. Anders was de plaat waarschijnlijk nooit het huis binnen
gekomen. Hij zal daar echter aan toevoegen dat het daarna bergafwaarts is
gegaan met mijn muzikale ontwikkeling. Na Matthias Reim volgden namelijk Dolce Barbara van Eros Ramazzotti en You’re the reason why van Marco Borsato
– toen nog met foute snor. Platen die hij ongetwijfeld nog wel met enige moeite weg
kon krijgen. Maar mijn volgende aankoop luidde een compleet nieuw tijdperk in
in Huize Herkelman: Out of space van
The Prodigy.