Bodylotion – Always hardcore

Man, wat wilde ik graag een gabber zijn! Net zoals die ene jongen uit mijn klas. Lopend op Nike Air Max, gekleed in Aussie-jas en uiteraard een Cavello-broek, hoog opgeschoren kapsel en op de discman altijd knalharde muziek die goed te horen was omdat hij zijn oordopjes nooit ín zijn oor deed, maar eroverheen hing. Lees verder

Flamman & Abraxas – Good to go

Halverwege de jaren ‘90 werd er een film uitgebracht die in vrijwel alles anders was dan de traditionele rolprent. Opgenomen met een heuse Digitale Camera, als een van de eerste films óóit. Geschoten als een videoclip, inclusief keiharde muziek, felle neonkleuren en in een moordend tempo. En de titel liet niet veel aan de verbeelding te wensen over: Naar de klote!

Het was een film over de Nederlandse partyscene midden jaren ’90. Het schetste een weinig florissant beeld van de twintigers van toen. Feestbeesten die zich onderdompelden in beukende beats, zich te buiten gingen aan XTC en zich vervolgens ruim na zonsopkomst laveloos op de bank stortten.

De regisseur van die film was er in 1996 heilig van overtuigd dat de film een hit zou worden. “Naar de klote! wordt een hit. De reden? Naar de klote! is de eerste speelfilm die de dans- en muziekcultuur van vandaag in beeld brengt, en wel op een manier die volledig is toegesneden op de doelgroep. Speciaal voor hen is de film gemaakt: al die jongeren die elke weekend dankzij een paar pilletjes helemaal uit hun dak gaan in een dreunende loods op het lokale industrieterrein.”

Naar de klote! werd géén hit. De reden? De ene helft van de jongeren kon zich, net als ik overigens, niet echt identificeren met het overmatige drank- en drugsgebruik en het geweld in de film. De helft die zich er wél door aangesproken had kunnen voelen,
stond vermoedelijk helemaal uit zijn dak te gaan in een dreunende loods op het
lokale industrieterrein.

Het enige onderdeel van de film dat wél bleef hangen was het nummer Good to go van Flamman & Abraxas. Het producersduo dat tot dan toe vooral op de achtergrond actief was geweest en in die hoedanigheid al grote successen had geboekt, bracht de single
verrassend genoeg uit onder hun eigen naam. Maar ook op de voorgrond bleken ze een gouden duo. Het nummer schopte het tot de vierde plaats in de Nederlandse Top 40 en is inmiddels een van de meest iconische nummers uit de 90’s.

 

En zo gebeurde het dat terwijl de successen van hun topact de Party Animals langzaam minder werden, zij onder hun eigen naam nog even drie  grote hits scoorden. De opvolgers I’ll be your only friend en de verrassende cover I need love behaalden de top 10 in de vaderlandse hitparade en hielden het daar ook even vol.

Maar zelfs Flamman & Abraxas bleken een mindere periode te kunnen hebben. In 1999 schaarden zij zich namelijk achter Double Date. In hun ogen dé Nederlandse kandidaat voor het Eurovisie Songfestival. Een act die iedereen zich nog wel herinnert van hun ja… laten we zeggen… beperkte toonvastheid. Al moet gezegd worden dat ze vermoedelijk meer aan het optreden overhielden dan de zangeres die won. Want Marlayne heb ik nooit in onze plaatselijke discotheek zien optreden. En Double Date wél!

Technohead – Happy birthday

Technohead - Happy birthday

De opkomst van de happy hardcore in Nederland bleef niet onopgemerkt in de ons omringende landen. Het Britse stel Lee Newman en Michael Wells verhuisde er zelfs speciaal voor naar Amsterdam. Ze hadden in hun eigen land op dat moment al redelijk succes gehad als het electroduo Greater Than One. Hun grootste hit daar was ‘Tricky Disco‘ geweest.

Maar toen Flamman & Abraxas met hun eerste happy hardcore-single aan de haal gingen, stonden zij als Technohead opeens op de eerste plaats in 12 verschillende landen. ‘I wanna be a hippy’ was een enorm succes. Een succes, dat helaas slechts één helft van het echtpaar mee mocht maken. Lee Newman overleed namelijk op 4 augustus 1995 aan huidkanker.

Toch kwam er een tweede single uit, met de naam ‘Headsex’. Het was de titelsong van het album. Een nummer waarbij de Britten zich duidelijk hadden laten inspireren door een typisch Amsterdams fenomeen. Het was een ode aan het draaiorgel. En hoewel ík de poging kon waarderen, liet Nederland het liedje volledig links liggen.

Een volgende single kon op iets meer bijval rekenen. Happy Birthday haalde nét de Top 40. Toch is het een van mijn persoonlijke favorieten in het genre. Want als we het over happy hardcore hebben dan was dit nummer toch wel de definitie. De derde plaat van
Technohead was namelijk van een ongekende vrolijkheid. Een plaat die je verjaardag gegarandeerd opfleurt als je hem opzet. En anders dan bij de voorganger zagen we in de bijbehorende clip weer drie oude bekenden terug: het waren de Party Animals met hun kale koppen en hun rode Mokum-shirtjes, die we bij ‘I wanna be a hippy’ nog met opblaashamers achter hippie Paul hadden aan zien rennen.